Aanvullende zorgverzekering is voor sporters een aanrader

verzekering sporters zorg

Aanvullende zorgverzekering voor sporters: is fysiotherapie verzekeren verstandig?

Sporten is gezond, maar een blessure zit soms in een klein hoekje. Een verkeerde beweging tijdens het voetballen, een val met de racefiets, een knie die bij het hardlopen begint op te spelen of een schouder die na maanden fitness ineens protesteert. Voor je het weet zit je bij de fysiotherapeut.

Juist voor sporters is daarom de vraag interessant of een aanvullende zorgverzekering met fysiotherapie verstandig is. Maar het antwoord is minder simpel dan: “Als je sport, moet je je altijd aanvullend verzekeren.”

Een aanvullende verzekering kost immers iedere maand geld, terwijl je misschien helemaal geen fysiotherapeut nodig hebt. Aan de andere kant kan een blessure waarvoor je meerdere behandelingen nodig hebt behoorlijk in de papieren lopen.

De kunst is dus om niet alleen naar het aantal behandelingen te kijken, maar naar je eigen sport, blessuregevoeligheid, leeftijd, trainingsbelasting en de voorwaarden van de verzekering.

Inhoudsopgave

  • Waarom is een aanvullende verzekering voor sporters interessant?

  • Hoeveel kans heb je op een sportblessure?

  • Vergoedt de basisverzekering fysiotherapie?

  • Hoeveel fysiotherapie moet je verzekeren?

  • Waar moet je op letten bij een aanvullende verzekering?

  • Wanneer is zelf betalen misschien slimmer?

  • Tips voor sporters die een zorgverzekering kiezen

Waarom is een aanvullende verzekering voor sporters interessant?

Een aanvullende verzekering kan vooral interessant zijn voor sporters die regelmatig trainen en daardoor een grotere kans hebben op een blessure. Dat betekent overigens niet dat iedere sporter automatisch een uitgebreide fysiotherapieverzekering nodig heeft.

Een beginnende wandelaar die twee keer per week een rondje loopt, heeft een ander risico dan iemand die vijf keer per week voetbalt, fanatiek hardloopt of aan wielrennen doet.

Ook de manier waarop je sport maakt verschil. Een sport met veel korte explosieve bewegingen, lichamelijk contact of valpartijen kan een ander blessurerisico geven dan een sport waarbij de belasting vooral geleidelijk wordt opgebouwd.

Denk bijvoorbeeld aan voetbal, hockey, rugby, tennis, skiën, mountainbiken en contactsporten. Maar vergis je niet: ook bij ogenschijnlijk rustige sporten kunnen blessures ontstaan. Overbelasting is juist bij hardlopers, wielrenners en fanatieke fitnessers een bekende oorzaak van klachten.

Daar komt nog iets bij. Veel sportblessures ontstaan niet tijdens een spectaculaire valpartij. Soms begint het met een klein pijntje dat je negeert omdat je “er nog wel doorheen kunt”. Vervolgens train je gewoon door en wordt een kleine irritatie een langdurige blessure.

Een aanvullende verzekering kan in zo’n situatie prettig zijn, omdat je minder snel hoeft te twijfelen of een behandeling financieel wel uitkomt.

Een aanvullende verzekering is geen verplichte sportuitrusting

Het is belangrijk om de zaak ook niet om te draaien. Een aanvullende verzekering is geen onderdeel van de verplichte basisverzekering en je bent als sporter niet verplicht om er een af te sluiten.

Je kunt de premie die je anders aan de aanvullende verzekering kwijt bent ook zelf reserveren. Dat kan financieel interessant zijn als je weinig zorg gebruikt.

Het gaat dus eigenlijk om een eenvoudige afweging:

verwacht je dat de vergoeding die je krijgt waarschijnlijk opweegt tegen de extra premie?

Dat is een andere vraag dan: “Kan ik mij een fysiotherapiebehandeling veroorloven?” Een paar losse behandelingen zelf betalen is vaak iets heel anders dan een blessure waarbij je maandenlang moet revalideren.

Waarom sporters soms juist baat hebben bij fysiotherapie

Fysiotherapie gaat bovendien niet alleen over het behandelen van een bestaande blessure. Een fysiotherapeut kan ook helpen bij het opbouwen van belasting en het voorkomen dat je na een blessure te snel weer volledig gaat sporten.

Dat laatste wordt nog wel eens onderschat. De pijn is verdwenen en dus ga je weer voluit. Maar spieren, pezen, gewrichten en conditie zijn niet altijd op hetzelfde moment volledig hersteld.

Een verstandige terugkeer naar je sport kan daarom minstens zo belangrijk zijn als de eerste behandeling.

Hoeveel kans heb je op een sportblessure?

Dat sportblessures veel voorkomen is geen overdreven verkooppraatje van zorgverzekeraars. De nieuwste cijfers van VeiligheidNL laten zien dat Nederlanders in 2024 samen naar schatting 5,6 miljoen sportblessures opliepen. Daarbij kregen ongeveer 4,6 miljoen Nederlanders minstens één sportblessure.

Dat betekent niet dat iedere sporter jaarlijks geblesseerd raakt. Het totale aantal blessures bestaat immers ook uit mensen die meerdere blessures in hetzelfde jaar oplopen.

Interessanter voor de individuele sporter is daarom het soort sport dat je beoefent en hoe vaak je sport.

Fitness, veldvoetbal en hardlopen zijn samen goed voor een groot deel van de geregistreerde sportblessures. In 2023 waren deze drie sporten samen verantwoordelijk voor ongeveer 54 procent van alle sportblessures.

Ook het type blessure speelt een rol. Een sportblessure kan acuut ontstaan, bijvoorbeeld doordat je je enkel verzwikt. Maar klachten kunnen ook langzaam ontstaan door overbelasting.

Dat laatste is vooral relevant wanneer je enthousiast begint met een nieuwe sport of je trainingsbelasting plotseling verhoogt.

Meer sporten betekent niet automatisch meer blessurerisico

Er zit een interessante ontwikkeling in de cijfers. Het aantal sportblessures is in 2024 weer terug op het niveau van vóór corona, maar het blessurerisico per sportuur is juist gedaald doordat Nederlanders meer zijn gaan sporten.

Dat is een belangrijk verschil.

Het grote aantal blessures betekent dus niet automatisch dat sporten steeds gevaarlijker wordt. Het betekent vooral dat er veel wordt gesport en dat blessures daarbij helaas soms horen.

De ene sporter loopt meer risico dan de andere

Een fanatieke sporter die vier of vijf keer per week traint, heeft logischerwijs meer momenten waarop een blessure kan ontstaan dan iemand die af en toe recreatief sport.

Maar ook leeftijd speelt een rol. Naarmate je ouder wordt, kan het herstel na een zware training langer duren. Dat betekent niet dat je minder moet gaan sporten. Het kan juist verstandig zijn om beter op herstel, warming-up, krachttraining en de opbouw van de trainingsbelasting te letten.

Een aanvullende verzekering kan vooral interessant worden wanneer je sportbelasting hoog is én je weet dat je bij een blessure waarschijnlijk daadwerkelijk naar een fysiotherapeut gaat.

Vergoedt de basisverzekering fysiotherapie?

Hierover bestaat veel verwarring. De bewering dat fysiotherapie voor volwassenen helemaal niet vanuit de basisverzekering wordt vergoed, klopt niet.

Voor volwassenen wordt fysiotherapie vanuit de basisverzekering in bepaalde situaties wel vergoed. Dat hangt onder andere af van de aandoening en van de voorwaarden die voor die aandoening gelden. Bij aandoeningen die op de officiële lijst met chronische aandoeningen staan, worden bij volwassenen in veel gevallen de behandelingen vanaf de 21e behandeling vanuit de basisverzekering vergoed. De eerste 20 behandelingen zijn dan in principe voor eigen rekening, tenzij daar op een andere manier dekking voor is.

Voor veel gewone sportblessures geldt die vergoeding vanuit de basisverzekering echter niet.

Heb je bijvoorbeeld een blessure opgelopen tijdens het hardlopen, voetballen of fitnessen die niet onder een aandoening valt waarvoor de basisverzekering fysiotherapie vergoedt, dan moet je de behandeling zelf betalen of gebruikmaken van een aanvullende verzekering.

Een aanvullende verzekering voor fysiotherapie kan dan dus wel degelijk nuttig zijn.

Fysiotherapie uit de basisverzekering en het eigen risico

Er is nog een verschil dat nogal eens over het hoofd wordt gezien.

Als fysiotherapie onder de basisverzekering wordt vergoed, kan het verplichte eigen risico van toepassing zijn. Voor fysiotherapie die uitsluitend vanuit een aanvullende verzekering wordt vergoed, geldt het wettelijke eigen risico niet.

Dat maakt het extra belangrijk om te kijken waar de vergoeding precies vandaan komt. Alleen de mededeling “fysiotherapie wordt vergoed” zegt eigenlijk nog niet genoeg.

Je hebt meestal geen verwijzing nodig

Voor een gewone afspraak bij de fysiotherapeut heb je doorgaans geen verwijzing van de huisarts nodig. Er zijn wel situaties waarin voor vergoeding vanuit de basisverzekering andere voorwaarden gelden.

Ook moet je bij je aanvullende verzekering controleren of de fysiotherapeut van jouw keuze onder de voorwaarden valt. Zorgverzekeraars kunnen verschillende afspraken hebben met zorgverleners. Bij een niet-gecontracteerde fysiotherapeut kan de vergoeding lager uitvallen, afhankelijk van je polis.

Dat is een detail dat je beter vooraf kunt controleren dan nadat je al een rekening hebt gekregen.

Hoeveel fysiotherapie moet je verzekeren?

Dit is misschien wel de lastigste vraag.

Een aanvullende verzekering met bijvoorbeeld 6 behandelingen klinkt goedkoop en aantrekkelijk. Maar wat heb je eraan als je na een ongelukkige val 12 behandelingen nodig hebt?

Andersom is een zeer uitgebreide verzekering niet automatisch verstandig. Als je normaal gesproken nauwelijks klachten hebt, betaal je mogelijk een jaar lang voor tientallen behandelingen die je nooit gebruikt.

Daarom zou ik niet beginnen met de vraag hoeveel fysiotherapie je maximaal kunt verzekeren. Begin liever met je eigen situatie.

Kijk naar je sportverleden

Heb je de afgelopen jaren regelmatig blessures gehad? Dan zegt dat meer over je toekomstige behoefte dan alleen het feit dat je sport.

Ook interessant: hoe verliepen die blessures?

Had je na een paar behandelingen weer nergens last van? Of had je bij iedere blessure een langdurig hersteltraject nodig?

Als je bijvoorbeeld vrijwel ieder jaar met dezelfde knie-, enkel-, schouder- of rugklachten bij de fysiotherapeut terechtkomt, is een ruimere dekking logischer dan wanneer je tien jaar probleemloos hebt gesport.

Kijk niet alleen naar het maximale aantal behandelingen

Een polis met 12 behandelingen is niet automatisch beter dan een polis met 9 behandelingen.

De premie kan namelijk sterk verschillen. Stel dat een uitgebreidere verzekering jaarlijks honderden euro’s meer kost, dan moet je behoorlijk wat behandelingen gebruiken voordat de extra dekking financieel interessant wordt.

Maak daarom een eenvoudige rekensom.

Tel de jaarlijkse meerpremie van de aanvullende verzekering op. Vergelijk dat bedrag vervolgens met wat je zonder verzekering waarschijnlijk zelf aan fysiotherapie zou betalen.

Daarbij moet je natuurlijk ook rekening houden met het feit dat je vooraf nooit zeker weet of je een blessure krijgt. Een verzekering koop je juist voor dat risico.

Een klein pakket kan al voldoende zijn

Voor veel sporters is een relatief beperkte dekking een interessante middenweg.

Je hoeft niet meteen te kiezen voor een pakket waarmee je tientallen behandelingen kunt declareren. Een aantal behandelingen kan al voldoende zijn om de kosten van een normale sportblessure gedeeltelijk op te vangen.

Heb je een blessure die veel langer duurt, dan kun je voor het resterende deel alsnog zelf betalen. Dat kan goedkoper zijn dan jarenlang een zeer uitgebreide aanvullende verzekering aanhouden.

Waar moet je op letten bij een aanvullende verzekering?

Het aantal behandelingen staat meestal prominent in een vergelijking. Toch zijn er andere voorwaarden die minstens zo belangrijk kunnen zijn.

Controleer of er een maximum per jaar geldt

Bij fysiotherapie gaat het vaak om een maximaal aantal behandelingen per verzekeringsjaar.

Maar de precieze voorwaarden kunnen verschillen. Soms geldt een maximum per behandeling, per jaar of per bepaalde vorm van therapie.

Lees daarom niet alleen de grote cijfers in een vergelijker, maar kijk ook naar de polisvoorwaarden.

Controleer je fysiotherapeut

Heb je al een vaste fysiotherapeut? Controleer dan vóór het overstappen of deze therapeut een contract heeft met de verzekeraar die je op het oog hebt.

Dat kan vooral belangrijk zijn wanneer je veel waarde hecht aan een bepaalde praktijk of aan een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in jouw sport.

Een goedkope verzekering waar je uiteindelijk niet of slechts gedeeltelijk terechtkunt bij je favoriete therapeut kan minder aantrekkelijk zijn dan een iets duurdere polis met een betere vergoeding.

Let op wachttijden en acceptatie

Voor een aanvullende verzekering geldt geen wettelijke acceptatieplicht zoals bij de basisverzekering. Een verzekeraar mag voor bepaalde aanvullende verzekeringen voorwaarden stellen of iemand weigeren. In de praktijk gebeurt dat bij veel reguliere aanvullende pakketten niet vaak, maar het is wel iets om rekening mee te houden.

Ook kunnen bij sommige aanvullende verzekeringen voorwaarden gelden wanneer je een zeer uitgebreide dekking wilt afsluiten.

Dit is vooral belangrijk als je al weet dat je veel fysiotherapie nodig hebt. Je kunt niet altijd wachten tot je geblesseerd bent en vervolgens nog even snel een aanvullende verzekering afsluiten.

Dat is precies het verschil tussen verzekeren en achteraf een rekening proberen te voorkomen.

Kijk naar de rest van de aanvullende verzekering

Soms neem je een aanvullende verzekering vooral vanwege fysiotherapie, maar krijg je er ook andere vergoedingen bij.

Denk bijvoorbeeld aan alternatieve zorg, een bril of lenzen, bepaalde preventieve cursussen of andere vormen van zorg.

Dat kan aantrekkelijk zijn, maar kijk uit voor een bekende valkuil: een aanvullende verzekering kan door allerlei extra dekkingen duurder worden terwijl je die helemaal niet gebruikt.

Als je uitsluitend fysiotherapie wilt verzekeren, is een pakket met veel andere vergoedingen niet automatisch de beste keuze.

Wanneer is zelf betalen misschien slimmer?

Een aanvullende verzekering is uiteindelijk een verzekering tegen een risico. En zoals bij iedere verzekering betaal je premie om dat risico niet volledig zelf te hoeven dragen.

Voor een sporter met weinig blessures kan zelf betalen daarom best een verstandige keuze zijn.

Stel dat je normaal gesproken vrijwel nooit naar een fysiotherapeut gaat. Dan kun je besluiten om geen aanvullende verzekering voor fysiotherapie te nemen en het uitgespaarde bedrag zelf achter de hand te houden.

Dat werkt vooral goed als je voldoende financiële ruimte hebt om onverwachte zorgkosten op te vangen.

Maar er zit een belangrijk verschil tussen een rekening van bijvoorbeeld een paar behandelingen en een langdurige blessure.

Wie een flinke blessure oploopt en daardoor veel fysiotherapie nodig heeft, kan in korte tijd een aanzienlijk bedrag kwijt zijn. Juist voor dat risico is een aanvullende verzekering bedoeld.

De rekensom die veel mensen vergeten

Kijk niet alleen naar de vergoeding, maar ook naar de premie over een heel jaar.

Een voorbeeld:

Je betaalt €25 per maand extra voor een aanvullende verzekering. Dat is €300 per jaar.

Als je maximaal 6 behandelingen vergoed krijgt, moet je dus niet denken: “Ik krijg 6 behandelingen gratis.” Je hebt die dekking immers vooraf gekocht voor €300 per jaar.

Gebruik je helemaal geen fysiotherapie, dan heb je feitelijk €300 betaald voor de